Categorie: Uncategorized

Nieuwsbrief Juni 2021

Nieuwsbrief Juni 2021

Goed nieuws uit onze dorpen!

Helemaal onverwachts bereikte ons het nieuws dat de DERDE waterput in Bolitoumou eindelijk water oplevert – en veel water. De put is nu 45 meter diep en het waterniveau in deze droogste tijd van het jaar is 8 meter: ruim voldoende om de moestuin van de 220 vrouwen te bevloeien… Alleen moet nu nog de pomp aangepast worden – die was immers voorzien voor een normale put van 18 meter diep. De vrouwen voelen zich  ‘high’, want het einde nadert nu de belangrijkste hindernissen genomen zijn. Het is nog een kwestie van enkele weken voor zij kunnen beginnen met aardappelen planten! Het natte seizoen komt eraan en nu is het zeker dat er geen honger meer wordt geleden – nu niet en ook volgende jaren niet!…

Op deze foto zie je de 3 putten naast elkaar – voorlopig komt het water niet aan de oppervlakte, maar de vrouwen zijn er klaar voor… En, natuurlijk wordt de middelste put, eens de volledige constructie afgewerkt is, van een zware metalen dekplaat voorzien, zodat de kans op ongelukken nihil is.

Zowel de bewoners van dit dorp, als Touana zijn rotsvast overtuigd van de omkeerbaarheid van wat eens een uitzichtloze situatie was: daar voor kijkt men naar het voorbeeld van ons eerste dorp Fintiguila! Daar bouwde Mali-ka-di een basisschooltje zodat er al enkele jaren zo’n 150 leerlingen elke dag les volgen, terwijl tegelijkertijd een irrigatiesysteem werd aangelegd voor de moestuin van de vrouwen, en tenslotte twee molens werden geleverd, één om dagdagelijks gierst te pletten en de andere om karité-noten te persen tot olie, die zeer wordt gewaardeerd – ook in het Westen! Sindsdien is de depressieve mentaliteit van de bewoners helemaal voorbij. Geen vrouw die zich nog bezig houdt met het dagelijks gierst stampen! Dat alles kon slechts gerealiseerd worden door de goede samenwerking tussen Souleymane Coulibaly en Mali-ka-di…

Daarom ook zijn we zo verheugd dat Souleymane, vandaag voor de eerste maal wordt ingeënt met een Covid-vaccin, zodat hij, als alles meezit, eind augustus naar Europa kan komen! Wordt vervolgd!

Nieuwsbrief Januari 2021

Nieuwsbrief Januari 2021

Beste Sympathisanten, 

Hier het laatste nieuws van Mali-ka-di. 

Zoals altijd is er goed en slecht nieuws. Wat Mali in zijn geheel betreft eerst het slechte nieuws: de militairen die nu aan de macht zijn, blijken geen haast te hebben met de organisatie van verkiezingen, zoals ze hadden gezegd. Het goede nieuws is, dat voor het dagelijkse leven in onze dorpen dit hoegenaamd niets uitmaakt – het leven gaat er gewoon door. Datzelfde geldt voor de verspreiding van het corona-virus: die is enigszins toegenomen (maar geen vergelijk met het Westen), maar in de dorpen is er nauwelijks besmetting. 

Het goede nieuws is dat de scholen inderdaad terug geopend zijn en de leerkrachten doen hun uiterste best om weer voor de klas te staan in deze moeilijke tijden… Jammer genoeg zijn heel wat ouders hun job kwijt gespeeld – net als hier door de Corona-maatregelen. Voor de technische school in de stad (Ségou), waarover we jullie in onze laatste nieuwsbrief spraken, betekent dit: geen inkomsten van betalende leerlingen… Deze technische school is anders dan onze dorpsschooltjes ‘betalend’. Om te vermijden dat hierdoor dit belangrijke pilootproject zou stilvallen, springt Mali-ka-di bij door de 6 praktijkleerkrachten te betalen, naast de 4 leerkrachten in onze twee dorpsschooltjes. Dat maakt dat we dit jaar in totaal opkomen voor de maandelijkse uitbetaling van 10 leerkrachten, naast onze verpleegster en haar assistent.   

En een ongeluk komt nooit alleen… Zo heeft de moto van Safiatou het begeven – daarmee reed ze maandelijks flink wat kilometers om de vrouwen en kinderen in de dorpen te bereiken. Ze houdt er niet alleen consultaties maar ze geeft ook praktische vorming die zowel door de vrouwen als de mannen wordt bijgewoond. De onderwerpen kunnen variëren van voorzorgsmaatregelen tegen malaria en Corona, tot het belang van tanden poetsen en seksuele hygiëne. Die ‘causerieën’ worden steeds druk bijgewoond en vormen daarna de talk of the ‘village’… Gelukkig is er onder jullie een royale donor die de aanschaf van een nieuwe moto heeft bekostigd! De medische situatie van de 4.000 dorpelingen is dank zij Safiatou’s bezoeken zienderogen verbeterd, die mogen we niet laten verwateren. 

Kortom, we gaan langzaam vooruit, mede dank zij jullie steun – die ‘solidariteit’ zorgt ervoor dat Mali-ka-di de eindjes aan elkaar kan knopen en dat is hoop gevend! 

Nieuwsbrief november 2020

Nieuwsbrief november 2020

Beste Sympathisanten,

Hoe gaat het met de projecten van Mali-ka-di? Eigenlijk goed – en deze Nieuwsbrief informeert je concreet over het leven aldaar. Maar eerst iets over de situatie in het land.

Want daarover heb je in de media gehoord, natuurlijk – dat er een staatsgreep is gebeurd door militairen, enkele maanden geleden. De president is tot aftreden gedwongen, er is nu een overgangsregering (van vooral militairen) voor 18 maanden, dan zouden er nieuwe verkiezingen moeten komen. Voor de mensen in de dorpen maakt dit absoluut geen verschil: het leven gaat gewoon door. Maar voor het land is deze staatsgreep alweer een ramp. Die is zogezegd bedoeld om een nieuwe, en betere, president te kiezen. Maar in werkelijkheid worden daar alleen de militairen beter van, en dit op kosten van de gewone hard werkende Malinezen, die niets in de pap te brokken hebben in de verre hoofdstad. 

En Corona – hoe zit het daar mee? Na een half jaar is de situatie in Mali niet verslechterd: er zijn zo’n 50 nieuwe gevallen per dag – op een bevolking van 17 miljoen. Wel was er de voorbije maanden een ernstig probleem van voedselvoorziening, doordat de grenzen gesloten waren. Dat betekende dat er geen voedingswaren werden ingevoerd: zeker met het droge seizoen (februari tot juli) voor de deur was dat nijpend… Mali-ka-di heeft hierop tijdig geanticipeerd en voor een bedrag van 4.000 Euro rijst ingekocht op een moment dat de prijzen nog niet aan het stijgen waren. Die rijst is door onze partner, Souleymane, een tijd lang opgeslagen en uiteindelijk over de drie dorpen verdeeld, evenredig volgens het aantal gezinnen en kinderen.


2300 kg rijst werd opgeslagen in de coöperatieve opslagplaats van de Vrouwen van Touena – bestemd voor de latere bedeling. Ook de vrouwen van Bolitoumou kregen zo’n voorraad om later te verdelen. Alleen het veel kleinere Fintiguila ontving aanzienlijk minder. Alle rijst werd echter evenredig verdeeld.

            De scholen werden vanwege Corona gesloten om te beletten dat het virus zich zou verspreiden – wat uiteindelijk niet echt nodig bleek, maar wat moeilijk te voorspellen was. Daardoor hebben de leerlingen in Touena en Fintiguila achterstand opgelopen op het normale lesprogramma. Om dit in te halen werd van overheidswege beslist het voorbije leerprogramma te laten doorlopen tot eind december, en het nieuwe eerst in januari van start te laten gaan!

           Intussen zitten alle leerlingen weer in de klas sinds begin oktober: eerst dan konden onze leerkrachten terug naar de dorpen omdat er intussen zoveel regen was gevallen, dat ze deze niet vroeger konden bereiken. (De dorpen zijn tijdens het regenseizoen onbereikbaar door de hoge waterstanden onderweg.)


Een praktijkles van eerstejaars in de FANGA school in Segou, die vorig jaar van start ging en gefinancierd werd door Duits kapitaal. Het is de bedoeling dat op termijn een vruchtbare uitwisseling plaats vindt tussen deze stedelijke ‘bemiddelde’ leerlingen (in Segou) en de ‘arme’ dorpsleerlingen (in Fintiguila en Touena). Souleymane draagt beide projecten een even warm hart toe en stimuleert hun toekomstige samenwerking. Noteer de blauwe werkoveralls van de leerlingen, door Souleymane gemaakt van de meterslange stof afkomstig van een basisschooltje uit het Limburgse Ham!…  Of hoe een dubbeltje rollen kan!

            Meer regen dan gewoonlijk in het regenseizoen was een geluk bij een ongeluk! Daardoor konden de dorpelingen vrij snel groenten kweken om hun dieet van rijst en gierst aan te vullen. De waterputten hielpen bij de bevloeiing van hun groentetuinen. Alleen is de waterput van Bolitoumou nog steeds niet diep genoeg: een laag rotsen op zo’n 40 meter diepte belet een normale bevloeiing… dus dat betekent  extra kosten voor Mali-ka-di! Natuurlijk heeft het geen zin om 40m te graven als de oplossing op 42m diepte ligt! Alleen jammer dat je niet vooraf kan inschatten wat er je te wachten staat…

            Ook Safiatou, onze verpleegster, kon de dorpen niet bereiken. Zij heeft de voorbije maanden telefonisch consultatie gehouden. Maar nu gaat zij maandelijks terug naar de dorpen, wat dringend nodig is voor de behandeling van malaria bij de kinderen die vooral nu gestoken worden na het regenseizoen, doordat de malariamuggen uit hun eitjes komen, die ze eerder in de plassen hebben gelegd.

Gelukkig hebben veranderingen aan de politieke top van het land geen consequentie voor de concrete situatie van de dorpelingen! Die zijn arm en kunnen zich alleen lichtjes verbeteren door kleine maar concrete ingrepen in hun dagelijks bestaan. Dus Mali-ka-di gaat daarmee door, ook al wordt het jaarlijks moeilijker – onder meer door het sluiten van de grenzen, is het niet voor Corona, dan voor een andere reden…

Nieuwsbrief april 2020

Nieuwsbrief april 2020

Beste Sympathisanten, 

Het is al een hele tijd geleden dat er nog een Nieuwsbrief van ons is verschenen. En zeker in deze tijden van onzekerheid willen we jullie op de hoogte brengen van de ontwikkelingen in onze projecten. En die verlopen in het algemeen buitengewoon goed. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste aspecten. We hebben ze onderverdeeld en van vetgedrukte kopjes voorzien. 

Mocht je onze berichten liever via Facebook volgen, dat kan ook, en wel via: 

https://www.facebook.com/vzwmalikadi

Vooreerst over het CORONA VIRUS.

Er zijn wel wat besmettingen in Bamako (de hoofdstad), maar in Ségou waarschijnlijk nog niet.  Onze dorpen zijn relatief veilig: er is zo weinig mogelijk contact met de stad. Vergeleken met de omliggende landen is de situatie in Mali redelijk onder controle. En wat nog het belangrijkst is: de mensen houden zich vrij stipt aan de voorschriften. Ze zijn als de dood voor het virus, hebben Ebola al een keer meegemaakt, dus zijn zich heel bewust van het gevaar, waardoor ze zelf achter de lockdown staan. 

Alle scholen over het hele land zijn gesloten, dus ook in onze dorpen. Iedereen blijft zoveel mogelijk binnen en doet zijn inkopen vlak bij huis. De markt in Ségou is weliswaar nog open, maar sluit vroeger, en mensen proberen zoveel mogelijk afstand te houden.

Een probleem vormen de busdiensten met Bamako: in de bus dient men afstand te houden, wat natuurlijk minder passagiers oplevert. Dit is ook nu al een probleem, omdat de busdiensten privé-bedrijven zijn, die het zonder staatssteun moeten redden.

Op dit ogenblik is er voldoende voedsel in het land, ook in de dorpen, maar dit zou op termijn een ernstig probleem kunnen worden. Mali is voor zijn voedselvoorziening (rijst, pasta, meel, conserven, …) voor een aanzienlijk deel afhankelijk van invoer, maar de grenzen zijn nu gesloten. En er zijn niet veel voorraden. Wanneer de pandemie lang gaat duren, zullen er tekorten ontstaan, vooral van levensmiddelen – waardoor de prijzen de hoogte in gaan. Wat dan gebeurt, is op dit ogenblik niet te voorspellen, maar het is een ernstige risicofactor, ook omdat net als bij ons veel mensen geen job hebben, en dus ook geen inkomen: er is geen sociale zekerheid in Mali. 

In BOULITOUMOU is de waterput nu ‘af’, maar het is de vraag of het waterniveau voldoende is. Het is afwachten wat de put doet tot einde mei: is het huidig waterniveau van 1,5 à 2 meter gedaald of blijft het niveau constant? In dat laatste geval wordt de put onmiddellijk verder afgewerkt (zonnepanelen, pomp, etc.) en in gebruik genomen. In het eerste geval dient de put dieper gemaakt met een volgende serie explosies, waardoor de put verder met twee extra ‘bussen’ verdiept wordt… Op de website vind je enkele foto’s van de put op dit moment.

Wanneer dat werk uit de voeten is, kan begonnen worden met de irrigatie van de tuinen en de onmiddellijke aanplanting, vóór de regens beginnen (juni – juli).

TOUANA doet het goed: de tuinen renderen! Het schooltje telt 450 leerlingen, verdeeld over 4 studiejaren met 4 leerkrachten (!), waarvan Mali-ka-di er 2 betaalt – de anderen worden door de staat betaald.

Er is bovendien een ernstig tekort aan schoolbanken voor de kinderen. Daardoor moeten we nu werken met een beurtrol: de leerlingen hebben de éne dag 4u les in de voormiddag, de volgende 2u in de namiddag. We zouden het probleem kunnen verhelpen, want via acties hebben we wat geld bij elkaar gekregen. Maar door het corona virus zijn alle zaken zijn dicht, en ook de grenzen: het hard tropisch hout, dat uit Ghana moet komen, kan dus niet worden geleverd. Dat harde hout is nodig, omdat anders de banken in een mum van tijd zijn opgegeten door de termieten. Maar Souleymane, onze partner, onderzoekt op het moment of we een oplossing kunnen vinden voor de banken.

FINTINGUILA, het dorpje waar alles begonnen is, floreert: met de inkomsten van onze de gierstmolen wordt één van leerkrachten betaald, de staat betaalt een tweede leerkracht, die bijzonder goed blijkt te zijn. Mali-ka-di betaalt de overige twee leerkrachten. Er zijn nu 132 leerlingen. Onze ‘directeur’, Chaka, werkt helaas niet meer in het dorp: hij kon het niet meer verenigen met zijn gezin. 

ONZE VERPLEEGKUNDIGE, Safiatou, en haar assistent gaan nog steeds naar de dorpen, maar Safiatou is uiterst voorzichtig, en heeft de dorpelingen zeer goed voorgelicht over het corona-virus. Malaria is nu onder controle in de dorpen, ook bij de kinderen!

ONZE PARTNER, Souleymane, zit in een moeilijke situatie: een grote bestelling voor Duitsland is klaar, maar kan nu niet worden verzonden (omdat de grenzen dicht zijn), ontvangt dus geen geld – en kan daardoor ook geen herstelwerkzaamheden uitvoeren aan zijn atelier (er was zware schade tijdens het vorig regenseizoen). Het is dus ook voor hem, zoals voor ons allemaal … wachten.

Maar hij is nog steeds van plan om (op onze uitnodiging) in september samen met Nadie, zijn echtgenote, naar België te komen. Of dat met het corona virus gaat lukken, valt natuurlijk nog af te wachten.

Al met al kunnen we jullie dus op dit ogenblik alleen maar goed nieuws melden. We hopen dat dit in de nabije toekomst ook zo blijft.

Met dank voor jullie belangstelling en steun voor ons werk.

Hartelijk,

Willie en Mimi

Namens het Bestuur van Mali-ka-di

Mocht je deze Nieuwsbrief niet verder wensen te ontvangen, stuur ons dan a.u.b. een seintje.

De put van Bolitoumou

De put van Bolitoumou

De werkzaamheden aan de waterput in Boulitoumou verliepen in het verleden moeizaam, omdat men onverwacht op een rotslaag is gestoten, die alleen met dynamiet te doorbreken is. Maar we zijn nu aan het water – alleen is nog niet voldoende duidelijk of het voldoende zal zijn voor de tuinen. Vandaar dat we nog wachten tot eind mei (het einde van het droog seizoen). Dan moeten we evalueren hoe hoog het peil is. Indien voldoende, worden de tuinen meteen in gebruik genomen. Indien niet, zullen we nog dieper moeten boren. Wordt dus vervolgd.

De waterput in Boulitoumou

De waterput in Boulitoumou

Ja, bij ons is een waterput boren een fluitje van een cent. Niet zo in Mali, want je weet nooit hoe diep je moet gaan, en nog minder wat voor lagen je intussen allemaal tegenkomt. En bij de werkzaamheden aan de put van Boulitoumou blijkt dit een groot probleem. De werkzaamheden vorderden goed.

Maar toen zijn de mannen op een keiharde rotslaag gestoten, waar ze niet doorheen raken:

De enige mogelijkheid is om nu met een springlading de rots te versplinteren. Maar je kunt je voorstellen het niet zo eenvoudig is om aan dynamiet te geraken in een land dat in een halve burgeroorlog verwikkeld is. Dus er is toestemming van de autoriteiten (de gemeente) nodig. En dat duurt natuurlijk in Mali. Ondertussen ligt het werk stil. Maar we houden je op de hoogte. Hopelijk zijn ze voorzichtig met dat dynamiet….

Water in Touana!

Water in Touana!

Zo’n half jaar geleden bezochten we Touana… en de vraag naar een waterput lag op alle vrouwenlippen! Nu is het eindelijk zo ver: Mali-ka-di zorgde ervoor dat die er kwam, niet alleen de put, maar ook de 6 zonnepanelen die de pomp activeren. Dat betekent dat voortaan 220 vrouwen in kleine moestuintjes voldoende groente kunnen kweken op het ogenblik dat er geen gierst meer is – het dagelijks brood zeg maar van de dorpelingen. Kinderen hoeven nu niet meer met lege magen gaan slapen, en met een beetje geluk houden de vrouwen nog een extraatje over om te verkopen op de markt zodat ze bijvoorbeeld ook wat extra olie, zout of suiker kunnen kopen. Traditioneel worden vooral uien gekweekt voor de saus bij de gierst, maar ook gombo (okra) is een veel gekweekte groente, die bovendien zeer voedzaam is omdat ze veel mineralen, vitamines en aminozuren bevat.

Daarnaast worden ook vaak sla en tomaten verbouwd en sinds kort aardappelen en boontjes! Die worden geoogst tussen januari en maart, wanneer er nog geen gierstoogst en het nog niet bloedheet is. De kunst is om de tuintjes zo te beplanten met papaya- en andere fruitbomen, dat er het hele jaar door kan worden geoogst in de schaduw van deze gewassen.

Belangrijk daarbij is dat de grond niet wordt uitgeput en er regelmatig andere gewassen groeien op dezelfde percelen… Dat vraagt discipline én overleg met de andere vrouwen, net als regelmatige bewatering én compostering. Alleen de resultaten van deze aanpak, kunnen het overtuigende bewijs leveren voor de degelijkheid ervan. Gelukkig ligt dit dorp zo afgelegen dat er nog geen gebruik wordt gemaakt van insecticiden en pesticiden, zoals in andere regio’s in Mali! In het slechtste geval eten de muizen mee…

Half maart: Alle begin is moeilijk: het uitgraven van een 1,80m brede put is een hele klus. Gelukkig diende de put geen 100 maar een 10-tal meter uitgegraven! Het eerste water verschijnt onderaan in de put

Einde april: de pomp is aangesloten en staat via een buis in verbinding met een centraal waterbassin, dat aftakkingen heeft naar 3 andere bassins verspreid over de moestuin van de vrouwen


Einde april: 6 zonne-panelen leveren de energie voor de pomp, die het water doorstuurt naar een centraal bassin


Einde april: de vrouwen komen het werk keuren en de mannen zetten de kraan open ter inhuldiging van het welslagen van hun onderneming!

En dit is het resultaat:

GEDULD WORDT BELOOND!

GEDULD WORDT BELOOND!

Een kleine twee maanden geleden berichtten we hier dat na 8 jaar geduld oefenen eindelijk een molen in het dorp is gearriveerd, na heel veel inspanningen van vele mensen. Maar goed: er kwamen ineens twee molens! Eén om gierst te malen, waardoor het zware corvee van de vrouwen (urenlang in de hitte de zaden te pletten) verlicht wordt én één om carité-noten te pletten. Omdat er in een grote zone rond het dorp massa’s karité-bomen staan, waarvan de geplette noten olie/boter opleveren. Die ‘boter’ wordt door de Malinezen gebruikt om te bakken, maar ook als ‘bindmiddel’ om de kwaliteit van gedroogde leem-stenen te verhogen (bv. de grote moskee van Djenné, werelderfgoed!). Maar meest bekend is karité-boter omwille van haar super-voedende kwaliteit als huid-verzorgend product, reden waarom alle Malinezen in de rij staan voor dit ’smeermiddel’. Maar ook in het Westen is er in de cosmetica-industrie grote vraag naar: jammer genoeg worden de dorpelingen niet navenant betaald voor dit super-product. Hopelijk komt daar binnenkort verandering in en kan het dorp op extra inkomsten rekenen….

Op deze foto’s zie je geen karité-noten maar kalebassen met gierst in om tot meel te worden vermalen. Kalebassen zijn in feite een soort pompoenen, waarvan de buitenste schil zo hard geworden is als hout. In Mali worden grote kalebassen gebruikt als emmer – maar die zijn uiteraard niet afsluitbaar.

Maar het belangrijkste nieuws is natuurlijk de verlichting van de fysieke arbeid voor de vrouwen en meisjes. Geduld wordt dus beloond!”
En de mannen… die staan erbij om de molen te doen draaien – jammer genoeg niet op zonne-energie, maar op een generator, die met diesel wordt aangedreven !

Traagheid en geduld

Traagheid en geduld

Hoera! Er is vooruitgang. Na 8 jaar! Waar gaat het om. Het voedingspatroon van de Malinezen berust vooral op gierst. Die korrels zijn echter zo hard dat ze eerst uren moeten geplet worden in een vijzel met een houten balk – zwaar werk, dus … werk voor de vrouwen. Bekijk het filmpje om er een idee van te krijgen. Op het moment van het filmpje is het zo’n 38 graden, de vrouw rechts (met het witte vest) is 8 maanden zwanger en heeft al een baby op haar rug. Nu is ze hier minstens zo’n uur bezig. (Haar man zit 50 meter verder onder een boom thee te drinken met de andere mannen.)

Sinds Mali-ka-di in 2011 in dit dorp begon te werken, vragen de vrouwen om een gierstmolen, om van dit zware werk verlost te zijn. Ze hadden zelf al een aanzienlijk bedrag gespaard, maar dat geld werd later ‘opgegeten’ toen er voedseltekort was door een combinatie van een slechte oogst en de staatsgreep met de ongeregeldheden die daarvan het gevolg waren. Dus terug naar af.

Drie jaar geleden nog vroegen vooral de meisjes van de hogere klassen erom. “We zijn zo moe als we naar school gaan,” was hun motivatie. Want die meisjes (volop in de groei en de puberteit) hebben al 2 uur gierst staan stampen als ze om 8 u aankomen in de school. (Jongens hoeven dat, uiteraard!, nooit te doen.) Maar om allerlei redenen kwam het er niet van.  Ook plaatselijk ging het met vertraging en met tegenwerpingen van de mannen: “Wat gaan de vrouwen dan in die tijd doen?” was één van de objecties die we hoorden! Tot onze vorige voorzitter, Paul Wouters, een actie opstartte en voldoende geld wist in te zamelen om daadwerkelijk een molen aan te schaffen. Het werd een dubbele molen: één om gierst tot meel te malen, en één om karité bonen te pletten – wellicht kon met die producten een centje verdiend worden op de markt aan de andere kant van de rivier. Het duurde dan natuurlijk nog even voor die molens ter plekke waren en geïnstalleerd konden worden. Daarvoor is immers ook een smak energie nodig, die niet zomaar met enkele zonnepaneeltjes geleverd kan worden. Dus hebben we ook nog een krachtige generator nodig.

Maar zo eenvoudig gaan de zaken in Afrika niet. Zo’n molen moet natuurlijk in een gebouwtje worden ondergebracht: ter bescherming tegen zand en regen, maar ook tegen diefstal. Dat gebouwtje kwam er na enige tijd, maar zonder dak, daar moest golfplaat op. En dat was een uitgave die voor het dorp was, en de mensen kwamen maar niet over de brug. Eindelijk, bij ons bezoek in januari lag het dak erop, maar er ontbraken nog ramen en deuren (die op slot kunnen).            

Er was een pittige vergadering toen we er waren, waarin onze partner zich erg boos heeft gemaakt, omdat de vrouwen al jaren om een molen smeken en nu hij er (al een jaar staat) het dorp nog niet over de brug is gekomen om het gebouwtje af te maken. Onze partner heeft toen gedreigd om de molen weg te halen als ze er geen werk van maakten. Maar er gebeurde daarna natuurlijk … niets. Om de zaak dan toch maar vooruit te laten gaan, heeft Mali-ka-di de deur en de vensters betaald… Uiteindelijk nu, alweer meer dan 4 maanden later, is het gebouwtje af: de deuren en ramen zijn geïnstalleerd, de molen staat binnen.

Gebouwtje in januari: zonder deuren en vensters
Gebouwtje nu: mét deuren en vensters!

Maar natuurlijk is niet alles in orde: de grond is gewoon zand, geen verharde lemen vloer, dus krijg je gegarandeerd een heleboel zand mee in het meel…

Maar alla, na 8 (acht!) jaar zijn de molens klaar om in gebruik te worden genomen.

Soms wordt ons weleens gevraagd hoe we dat volhouden, dit werk. Het antwoord is: geduld. Je kunt hier geen snelle resultaten boeken. Je moet voortdurend inspelen op de mogelijkheden die zich aandienen. Het betekent ook dat we onze westerse instelling van gerichtheid moeten aanpassen. Niet overboord zetten, maar niet verwachten dat met onze ingrepen alles snel zal veranderen. Alles gaat traag hier, en wij moeten daaraan wennen. Maar op den duur komt het goed! En niet vergeten: als wij hier sparen, hoeven we het geld nooit te moeten ‘opeten’ vanwege een hongersnood… Dus ook onze inschattingen van de situatie moeten we steeds aanpassen – een uiterst leerrijk proces voor ons, verwende westerlingen!

Bezoek Fintiguila (3/1/2019)

Bezoek Fintiguila (3/1/2019)

Stipt om 7 u staan de auto’s klaar en vertrekken we. We stoppen iets voorbij het laatste dorp, om de ‘kathedraal’ van baobab bomen te bewonderen.

Maar door dit onoplettendheid geraken we ‘de weg’ kwijt (die er niet is) – en we belanden op een karrenspoor dat niet het juiste is. Uiteindelijk rijdt een oude man met pijp ons voor op de fiets.

Even later moet de Mercedes met mankracht worden opgetild boven een boomstronk op de ‘weg’ om te beletten dat we blijven steken.

En dan het dorp: voor Marguerite is het 7 jaar geleden dat ze nog in het dorp was, voor Mimi 3 jaar. Het dorp zelf is aanzienlijk uitgebreid met zeker een 10-tal meer huizen, die er vaak keurig bij liggen…

Maar vooral het weerzien met de vrouwen is bijzonder hartelijk. Mimi is opgetogen dat ze de moeder van Kadidja weerziet, maar die is ontroostbaar door het recente overlijden van haar zoon, die 6 kleine kinderen heeft nagelaten. Of… scheelt er iets met deze oude vrouw? Het blijft onduidelijk…

Op bezoek bij het dorpshoofd bespreken we een aantal moeilijkheden, waaronder het feit dat de gierstmolen nog steeds niet in gebruik is. Souleymane zegt expliciet dat wij ontgoocheld zijn dat het dorp niet meer initiatief neemt, dat de vrouwen al sinds 2011 om een gierstmolen gesmeekt hebben, dat onze vorige voorzitter, Paul Wouters, een hele actie op touw heeft gezet om de molen te financieren (uiteindelijk heeft de molen met bijhorende generator 5.300 Euro gekost), terwijl hij al een jaar in het dorp staat en nog steeds niet gebruiksklaar is door het gebrek aan medewerking. Er vindt een pittig gesprek plaats met de verantwoordelijke.

Uiteindelijk wordt overeengekomen dat alles voor de aansluiting in orde moet zijn op uiterlijk 30 januari – zo niet wordt de molen door Souleymane weg gehaald, en geven we hem aan een ander dorp. Het hele overleg heeft meer dan een uur geduurd, en er zijn harde noten gekraakt. Van groot belang daarbij was de inbreng van Youssouf, die zich herhaaldelijk in de discussie mengde, zowel inhoudelijk namens Mali-ka-di alsook om sommige mannen tot de orde te roepen.

Dit mag misschien enigszins negatief klinken, maar is dat niet: wij doen niet aan ‘ontwikkelingshulp’, maar aan bewustwording en het ontwikkelen van eigen verantwoordelijkheid. De samenwerking met het dorp was vanaf het eerste begin gebaseerd op de eigen inbreng van de bewoners. Wij zijn er alleen maar om dat proces te steunen. Dit is een leerproces voor beide partijen: voor het dorp om niet in inertie te vallen, voor ons om alert te blijven voor de verdere bewustwording.

De verbroedering met de mensen van het dorp is uiterst joviaal.  Overal worden handen geschud en begroetingen geuit, overal worden foto’s gemaakt.

We zien ook de tweeling terug die we 7 jaar geleden gered hebben, nu grote kinderen al:

Daarna ging het naar de klassen. We zijn diep onder de indruk van de onderwijzer van het 1ste leerjaar: op een speelse manier, en tegen een hoog ritme leert hij de kinderen Frans.

Hij laat ze allerlei opdrachtjes vervullen waarvoor ze eenvoudige Franse woorden moeten gebruiken. En die kinderen hebben er reuze plezier in.

Nadien blijkt ook Souleymane ontroerd te zijn door de kwaliteit van de les en het enthousiasme van de leerlingen na hun eerste drie maanden 1ste studiejaar.

Helaas wordt deze leermethode niet verdergezet in het 2de leerjaar. De lerares is weinig begaan met de leerlingen, helpt niet wanneer ze een rekenopgave niet goed kunnen, is zelfs enigszins denigrerend tegenover sommige kinderen.

En het leren ‘aftrekken’ met behulp van ‘bâtonnets’ of ‘stokjes’ lijkt ons totaal ongeschikt. Ook het steeds moeten verantwoorden hoe men tot een uitkomst komt, lijkt ons overdreven tijdverlies, om niet te zeggen ‘demotiverend, voor het intellectueel ontwaken’ van de leerling.

In de 3de klas zijn de kinderen bezig met het kopiëren van een tekst op bord.

Blijkbaar is deze meester door de Malinese staat aangesteld. Anders dan de overige meesters wordt hij door de staat betaald. Ook het dorp betaalt één van de meesters, Mali-ka-di de 4 overige …

De leerkracht van de 4de klas is zeer actief en luidruchtig, de opgaven zijn echter vrij triviaal: het spellen van woorden zouden de kinderen al lang moeten kunnen. En antwoorden op de vraag hoeveel lettergrepen er in “jeu-di” zijn, is niet echt moeilijk voor een 4de klas. Youssouf spreekt de kinderen nog toe, hoe belangrijk leren is voor hun toekomst.

Bij meester Henry in de 5de klas worden behoorlijke sommen gemaakt.

De grote verrassing is echter de les aardrijkskunde in de 6de klas: leerlingen duiden diverse landen van Afrika op de kaart aan en er wordt een wereldbol gebruikt.

Ook onze stafkaart van Fintiguila en omgeving hangt aan de muur. Helaas vlot het lezen niet zoals gehoopt: leerlingen komen om beurten naar voren en lezen 2 zinnetjes die op het bord staan. Uit hun intonatie blijkt dat ze de grammaticale structuur van de zinnen nauwelijks begrijpen.

Heel wat leesalbums liggen ter inzage op de lessenaar van Meester Chaka, maar wanneer een jongen een korte Franse tekst uit een willekeurig prentenboek voorleest, gaat dit gepaard met horten en stoten… Aan begrijpend lezen moet echt meer tijd worden besteed!

Tenslotte bezoeken we de les kleermakerij in het atelier. Opvallend genoeg is de vloer niet geveegd en overal ligt er reststof en rommel op de grond en in de hoeken.

De leraar knipt zelf de stof in plaats van de leerlingen, die er wat verveeld bij zitten en slechts af en toe gaat er iemand stikken op de naaimachines.

Dit is echt niet het naai-atelier dat we ons voor ogen hadden. Uiteraard is dit onmiddellijk voorwerp van gesprek – én van actie: Souleymane aarzelt niet om de leerkracht te ontslaan, temeer omdat hij voordien al een maning had gekregen.

We bekijken ook de elektriciteit, en die moet dringend afgeschermd worden, maar zo dat ze niet oververhit kan worden.

’s Middags trekken we door het hete zand naar de oever van de Bani, en nestelen ons in de schaduw van een boom. Peulh met een kudde runderen laten hun dieren in de rivier drinken. Laurens (Sidibe) en Willie (Diallo) voelen zich intussen verbonden met hun ‘stamgenoten’. En verder genieten we van de paradijselijke rust en de sfeer aan het water.