De mysterieuze boodschapperThe mysterious Messenger

De mysterieuze boodschapperThe mysterious Messenger

De vermoeienis van Riet na het vorige bezoek en Mimi’s wonde verhinderen hun mobiliteit en blijven dus thuis terwijl Marguerite en ik op zondag 1 januari, vergezeld van onze tolk Hauwa en de chauffeur, naar Fintiguila rijden. Daar maken we eerst onze opwachting bij het dorpshoofd, die ons verwelkomt, en ons bedankt voor de extra kleren die we voor de (vooral grotere) kinderen hebben meegebracht. Na wat ditjes en datjes met de dorpsbewoners willen Marguerite en Hauwa aan hun familiebezoeken beginnen, maar dan komt Hauwa plots met de mededeling dat er een ‘boodschapper’ is komen vragen of wij de toestemming van Souleymane hebben om naar het dorp te komen, en indien niet, dat we dan niet welkom zijn en als ‘étrangers’ beschouwd worden. Ik vraag Hauwa om de boodschapper aan het dorpshoofd te laten melden dat wij niet gewapend zijn, dat we met vreedzame bedoelingen gekomen zijn en dat we, zoals hij aan de gift van de kinderkleren en onze gebruikelijke activiteiten kan vaststellen, wij uitsluitend naar het dorp komen om te helpen.

Daarna is het wachten op de terugkeer van de ‘boodschapper’, die echter niet komt opdagen, niet na een half uur, een uur, anderhalf uur – terwijl wij zitten te wachten om met het werk te beginnen. Ik begin mij zorgen te maken over ons verblijf vannacht: Marguerite en ik slapen in tentjes buiten aan de rand van het dorp – wanneer wij niet welkom zijn en als ‘vreemden’ beschouwd worden vraag ik me af of dit hier in dit afgelegen oord in de savanne wel veilig is. Een ‘ongeval’ is makkelijk te ensceneren en de ervaring van Mimi’s aanrijding zit nog vers in het hoofd. Ik probeer Mimi telefonisch te bereiken, dat ze een jeep besteld en dat wij al onze spullen inladen met meteen terug naar Segou rijden – maar er wordt niet opgenomen. Dus een sms achtergelaten.

Uiteindelijk stelt Hauwa zelf voor om gezamenlijk naar het dorpshoofd te trekken. Die blijkt van NIETS te weten, is zeer verbaasd, laat ons met nadruk weten dat we volledig welkom zijn in zijn dorp, hij dringt erop aan dat we er de nacht doorbrengen en bedankt ons nogmaals voor de giften.

Er komt een telefoontje van Mimi dat zij contact heeft gehad met Nadie, de vrouw van Souleymane en met hemzelf, dat er niets aan de hand is, en dat Souleymane later ook naar het dorp komt met zijn motor. Ondertussen blijkt er in het dorp (volgens onze tolk) een stemming tegen Souleymane te zijn, dat ze hem niet begrijpen, ik hoor dat ook uitdrukkelijk van sommigen in het dorp. En volgens Hauwa was de ‘boodschapper’ Drahmane, de zoon (en plaatsvervanger) van het dorpshoofd, die zich nu samen met Souleymane voor de raad van ouden zal moeten verantwoorden en zal worden ‘corrigés’.

Souleymane arriveert, hij verontschuldigt zich bij mij – maar zegt er niet bij waarvoor, het was druk geweest in zijn zaak de dag voordien (wat klopt). Ook Drahmane komt zich verontschuldigen, doet zelfs poging om dat in het Frans te doen. Hij is een lieve jongen (al kan ik mij niet voorstellen dat hij ooit het dorp zou moeten ‘leiden’) maar ook hij vermeldt niet waarvoor die verontschuldigingen bedoeld zijn. Souleymane heeft de twee zussen van Mariam meegebracht, twee jonge meiden die je eigenlijk liever niet wil kennen – ze kunnen heel goed Marguerite bevelen ‘Le sel!’…. En verder kijken ze natuurlijk heel vies naar hoe hun mede-landgenoten in zo’n armoe kunnen leven…. Souleymane vertrekt enkele uren later met ze alweer opnieuw naar Segou, heeft ondertussen echter bij het dorpshoofd twee grote stukken dure stof achter gelaten, en had zijn kleermaker meegebracht, die de maten van de kinderen ondertussen heeft gemeten: de stof moet dienen om er schooluniformen uit te maken, iets wat nooit met ons besproken is – en waar ik zelf volledig tegen ben: het is weggegooid geld, de stof is veel te mooi en te kostbaar voor het leven in de brousse hier, en over enkele weken zijn die uniformen gescheurd en in ieder geval betekenen ze weer meer werk voor de vrouwen: ze om de haverklap te moeten wassen in dit woestijn-klimaat….

Ondertussen hebben Marguerite en Hauwa huisbezoeken afgelegd en heb ik me vooral bezig gehouden met de verzorging van de vele kwetsuren van de kinderen. Ik begin mijn zus eigenlijk wel gelijk te geven dat het misschien goed zou zijn wanneer de kinderen schoeisel zouden hebben: ik moet zoooo veel voetwonden verzorgen dat er inderdaad veel voor te zeggen valt. Maar wat als de flipflops of de schoenen kapot zijn? Dan begint het probleem natuurlijk weer opnieuw…

We hebben besloten om toch de nacht door te brengen, Marguerite leidt (samen met Hauwa) de ‘causerie’ van de vrouwen – waar ik niet bij hoor natuurlijk, dus ga ik alvast pitten in mijn tentje. Wanneer ik rond tienen moet gaan plassen hoor ik luid gelach van vrouwen iets verder – de ‘causerie’ loopt dus kennelijk heel gemoedelijk, wat ‘s ochtends door Marguerite bevestigd wordt.

De maandag verloopt zoals gebruikelijk en er valt m.i. weinig speciaals te melden, al spoken de gebeurtenissen van gisteren nog wel door ons hoofd. Hun interpretatie zal ons zeker nog een behoorlijke tijd bezig houden.

 Riet’s fatigue after the previous visit to the village and Mimi’s wound impede their mobility, so they stay home in Segou, while Marguerite and I (accompanied by Hawa, our Bamanan translater and the driver) go to Fintiguila on Sunday 1 January 2012. There we first pay our tribute to the village chief, who welcomes us and thanks us for the extra warm clothes (nights and mornings are chilly at this time of the year) we brought for the (especially older) children. After a bit of chitchat and the usual extended greetings with the village people Marguerite and Hawa want to start their visits to the households, meant to gauge any problems women may experience with their health, with nursing their children, and the like. But then suddenly Hawa declares that a ‘messenger’ has come by to inquire whether we have permission from Souleymane to visit the village and if not, that we are not welcome and considered as ‘étrangers’ (strangers).

I request Hawa to let the messenger know the village chief that we came unarmed, with peaceful intentions and – as he could judge from our activities and the gift of clothes – solely to help the people in the village.

We wait for the ‘messenger’ to report back to us, but none appears, not after half an hour, an hour, and hour and a half – while we are sitting and waiting to start our work, the thing for which we came here.

I start worrying about our stay tonight: Marguerite and I spend the night in little tents at the fringe of the village – I wonder whether that is still safe in this remote part of the savannah if we are not welcome and considered ‘strangers’ (whatever that may mean). Some ‘accident’ is easy enough to enact and the experience of Mimi being run over is still fresh in memory. I try to ring Mimi, that she better order a jeep to pick us up with our belongings here and drive us back to Segou before night falls – but there is no response. So I leave a text message.

Finally Hawa herself proposes to go to the village chief together. He assures us he knows nothing of these messages, emphatically invites us to stay the night at the village and repeats that we are more than welcome in his village and thanks us again for the gifts to the children.

There is a telephone call from Mimi that she spoke on the phone to Nadie, Souleymane’s wife and himself, that everything is OK and that Souleymane will later join us in the village – he’ll be coming on motorbike. Meanwhile in the village (according to our translator) some mood against Souleymane is developing, that they don’t understand his motives, I personally hear this said by some people. And according to Hawa, the ‘messenger’ was Drahmane, the son (and representative) of the village chief, who will now have to answer to the village council and will be ‘corrected’.

Souleymane arrives, he apologizes to me – though not for what, it had been hectic in his business (which is correct). Also Drahmane comes by to offer his excuses, even tries to do it in French. He is a sweet boy (though I cannot imagine him to ‘lead’ the village) but also he does not mention what the excuses are for.

Souleymane has brought along the two sisters of Mariam, two young women who are especially good at commanding (‘Marguerite, le sel!’)… And they look down with some disgust at how their compatriots are able to live in such utter poverty… Souleymane leaves again for Segou with them a couple of hours later after he has offered the village chief two large reels of textile – he had also brought along his tailor to take the children’s measurements: the textiles were intended to be made into school uniforms, something that was never discussed with us and something we certainly would have opposed: although it is widely practiced in Africa to put children into school uniforms, it is money wasted that could have better been spent on (for instance) good learning materials. The textiles are also far too fine and costly for life in the bush – and in a few weeks’ time they will be torn and dirty, which means yet again more work for the women in having to wash their children’s uniforms regularly in this dusty climate….

 

Meanwhile Marguerite and Hawa have visited a number of families and I occupied myself especially in treating all the various injuries that the children have incurred. I am beginning to concede to my sister that it may be better to give the children some footwear: I have to treat soooo many foot injuries that she may be right, after all. But what if the slippers or shoes are worn out? Then the problems starts right over again….

 

We decide to spend the night in the village after all. Marguerite (together with Hawa) directs the women’s ‘causerie’ – where I do not belong, of course, so I retire to my tent. When I have to go for a pee around ten p.m. I can hear loud laughter from the gathering, so the ‘causerie’ is certainly running its course in a pleasant way, something confirmed by Marguerite in the morning.

 

Monday runs its course as usual and there is not much special to report, though no need to remind the reader that yesterday’s events are still racking our minds. What to make of them is something that will keep our interpretive faculties busy for a while.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *