Recensie van Ton van de Lee’s boek “Kinderen van Afrika”Review of Ton van der Lee’s book “Kinderen van Afrika” (Children of Afrika)

Recensie van Ton van de Lee’s boek “Kinderen van Afrika”Review of Ton van der Lee’s book “Kinderen van Afrika” (Children of Afrika)

Ton van der Lee: Kinderen van Afrika. Het success van particuliere hulpprojecten. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2011.

Dit boek is eigenlijk twee boeken in één. Aan de ene kant is er het persoonlijke verhaal van de auteur (de lezers zeker bekend van verschillende van zijn andere boeken) en hoe hij stap voor stap tot de oprichting en de werking van zijn Stichting Nanouna is gekomen. Dit deel is zeer ‘verhalend’ van karakter en daardoor ook uiterst informatief voor wie nog niet eerder in Mali (of in Afrika) was: het dagelijkse leven aldaar, dat zo fundamenteel verschilt van het onze in het Westen, wordt aan de hand van vele anecdotes beschreven en voor het oog van de lezer opgeroepen. Tegelijk is het boek echter ook een handleiding voor wie een dergelijk inititatief (een particulier initiatief in de vorm van een Stichting zonder winstoogmerk) wil opzetten, welke valkuilen daarbij vermeden dienen te worden en hoe men het rendement van de zelf ingezamelde gelden optimaal ten goede kan laten komen aan diegenen die het echt nodig hebben. Want zoveel is intussen wel zeker: mensen verkiezen het in het algemeen heel sterk, donaties aan kleinere initiatieven te schenken, omdat ze dan zekerder zijn dat hun geld ook goed wordt besteed, zeg maar: dat het uiteindelijk in hoofdzaak terecht komt bij diegenen die men daadwerkelijk wil hebben. Bij de grotere organisaties heeft de burger toch al snel het gevoel, dat er heel wat van het geschonken geld naar de organisatie zelf gaat, en niet b.v. naar de kinderen die er behoefte aan hebben.

Het feit dat het boek deze twee doelstellingen tegelijk nastreeft betekent niet dat die twee elkaar bijten: integendeel, ze vullen elkaar op een heel zinvolle manier aan. En bovendien zijn de echt praktische tips voor mensen die dergelijke projecten (willen) organiseren apart in grijs in tabellen gedrukt, wat het geheel zeer overzichtelijk maakt. Het boek is daardoor uiterst waardevol: niet alleen vertelt het een (overtuigend) persoonlijk verhaal, waar heel wat uit te leren valt, het bevat ook heel concrete aanwijzingen voor iedereen die ontwikkelingsprojecten wil opstarten of steunen. Is dat belangrijk? Ik denk dat het geen geheim is dat ‘ontwikkelingshulp’ op dit moment geen goede naam heeft. En terecht: gedurende 50 jaar al wordt door Westerse landen behoorlijk wat geld gepompt in Derde Wereld landen, die er echter niet op vooruit gaan… (Ik beperk me verder tot Afrika: in een aantal gevallen zijn landen in dit continent er nu zelfs slechter aan toe dan voordat die hulp uit het Westen kwam). Vandaar dat een fundamentele bezinning op de aanpak van ontwikkelingshulp van essentieel belang is wil men de publieke opinie er gunstig voor stemmen. Wat duidelijk blijkt uit talloze publikaties dat overheidssteun aan ontwikkelingslanden weinig of niets uithaalt. In de eerste plaats gaat het geld in hoofdzaak naar firma’s uit het eigen land. En de mensen die worden uitgezonden strijken exorbitante salarissen op die in generlei verhouding staan tot wat ze ter plekke aan werk verrichten. (Ze worden ‘natuurlijk’ in een villa gehuisvest, met airconditioning, en krijgen een 4×4 – eveneens met airconditioning – ter beschikking om naar het werk te rijden….) Tenslotte is de zogenaamde expertise van deze vorm van ontwikkelingshulp van bedenkelijke kwaliteit. Ton van de Lee geeft in zijn boek het voorbeeld van een NGO die (goedbedoeld) een waterput bouwt in de onmiddellijke omgeving van het dorp. Na een jaar komen ze er weer langs en stellen tot hun ontzetting vast dat met de gegraven put systematisch links laat liggen en kilometers ver te voet naar de oude bron gaat om water te halen. Waar de slimme mensen van de NGO niet aan hadden gedacht, was dat in de plaatselijke cultuur vrouwen eigenlijk nauwelijks mogen buitenkomen en de wandeling naar de verre bron was een uitstekende gelegenheid om met andere vrouwen een praatje te maken. Aan de NGP-put vlak bij het dorp, onder het toeziend oog van de mannen, kon dit niet, en dus waren de vrouwen bereid om meerdere kilometers per dag met water te zeulen….

Maar men kan ook de huidige Belgische officiële ontwikkelingshulp (aan Mali, dat is het land waar zijn boek over gaat) eens onder de loep nemen. Daarbij wordt ongeveer 50 miljoen Euro besteed aan …. de veredeling van de veestapel, met name de koeien? Wat zegt u? Veeteelt??? In een land dat voor 80 {e9940e0c02f8d96d21e6f25569fda7b5198e19dfa9031a0585a9ae16fa7c9142} uit woestijn bestaat??? Je moet wel van ELK ecologisch bewustzijn gespeend zijn om te weten dat voor elke kilo vlees (de meeste van deze koeien zijn als slachtvee bedoeld, ze geven ook wat melk, maar dat is verwaarloosbaar klein) gelijk staat met een veelvoud aan kilo plantaardig voedsel…. Om het eens duidelijk te stellen:

 The same land to feed 1 “meat-eater” could feed from 20 to up to 150 vegetarians!
(http://www.bodytweaking.com/2006/04/18/meat-vs-veggies-facts-and-figures/, geraadpleegd op 10.11.2011)

Bovendien: wie eet hier in Mali vlees? De rijken, natuurlijk, want gewone Malinezen kunnen dat niet betalen – die zijn al blij dat ze 1 keer om de 3 maanden een kip kunnen slachten…. Dus DAT is de ontwikkelingshulp van België aan Mali: 50 m iljoen Euro, die u betaalt, zodat de rijkere Malinezen betere beefsteaks kunnen eten…. En natuurlijk, ik heb het met eigen ogen gezien: hun kantoortje in Bamako (laat staan die in Brussel!!) is prima voorzien van airconditioning, en voor de deur staan meerdere spikspinternieuwe witte keurig gewassen 4×4’s. (Om na de kantooruren naar huis te rijden, natuurlijk…. Je kunt toch niet in een gewone Malinese auto rondrijden als ontwikkelingshelper….) Kortom, op deze aanpak is zoveel fundamentele kritiek te uiten dat het absoluut niet te verwonderen is dat mensen het absoluut niet meer zien zitten. Darvoor zijn boeken als die van Ton van der Lee zo belangrijk. (Al maak ik mij geen enkele illusie dat die op het Ministerie gelezen worden….)

Omgekeerd heeft de Westerse ontwikkelingshulp ook veel kwaad gedaan doordat de ontvangers (zeg maar de Afrikanen) er mee gaan rekenen zijn dat die hulp TOCH kwam. Van der Lee spreekt in dit opzicht van hulpverslaving en dat woord is zeker volledig op zijn plaats. Een vriend van hem drukt het nog krachtiger uit: “De tijd van cadeautjes is allang voorbij. (…) Food for work, dat is mijn advies voor jouw project. Dat is de moderne benadering. Laat ze ervoor werken.” (p. 49) (NB: Het gaat hier uiteraard om structurele ontwikkelingshulp, niet om hulp aan rampgebieden!)

Uiterst belangrijk ook waar van der Lee de nadruk op legt is een ‘exit-strategie’: hoe plant men om met het project op te houden. Inderdaad, projecten zijn niet voor de eeuwigheid, en het helpt enorm bij het opstarten als men ook weet wanneer de doelen van het project zijn bereikt, en men er dus mee kan stoppen. De meeste particuliere initiatieven denken niet over zo’n ‘exit strategie’ na en dan sterft het project meestal een ‘natuurlijke’ dood, doordat degenen die de ‘trekkers’ waren niet meer in leven zijn, of oud en gebrekkig geworden zijn, of omdat de contacten met de plaatselijke bevolking opdrogen, enz. Het project houdt dan daarmee wel op, maar meestal zijn de doelen niet bereikt, andermaal een ontgoocheling, zowel voor ontwikkelingswerkers, mensen die hen gesteund hebben, en natuurlijk voor de mensen ter plekke. Beter dus om ook een tijdplan uit te tekenen: over x aantal jaren moeten deze doelen bereikt zijn. Het allerbeste scenario is natuurlijk dat waarbij na die x aantal jaren het project zichzelf kan bedruipen, bijvoorbeeld doordat het heeft voorzien in training of opleiding van jonge mensen die nu daardoor een baan kunnen vinden, geld verdienen en het project verder zelf kunnen voeren.

Kortom, het boek van Van der Lee is een goudmijn voor eenieder die zich voor de Noord-Zuid problematiek interesseert en er wat aan wil doen. Er is één punt waarop ik het grandioos met de auteur on-eens ben. Hij spreekt diverse keren over ‘marabouts’, dat zijn mannen (uitsluitend mannen!) die zich uitgeven als bijzonder begenadigd in religious opzicht (ze kunnen echt toveren, ziektes genezen, oogsten doen (mis)lukken, mensen doden, enz. enz.) De gewone Malinees heeft tegelijk een geweldig ontzag en een vreselijke angst voor deze marabouts. Van der Lee schrijft over hen: :In ieder geval zijn de marabouts allemaal heilige mannen die in groot aanzien staan.” (p. 27) Pardon? Ik zou zelf om te beginnen het woord ‘heilig’ iets spaarzamer gebruiken. Dus het woord ‘allemaal’ in het citaat zou beter worden weggelaten. Het is een beetje zoals in het lied van Herman van Veen: “Echte helden zie je zelden.” Zo zijn er in mijn optiek maar heel weinig echt heilige mensen. En de mensen die zich in Mali ‘marabout’ noemen, zijn meestal het tegendeel: het zijn in de allermeeste gevallen schijnheilige, meedogenloze uitzuigers van kinderen, die ze meestal gebruiken voor hun eigen profijt. Voor een documentaire in samenwerking met HRW (Human Rights Watch) tot stand gekomen (weliswaar over Senegal, maar de situatie is daar zo mogelijk nog beter dan in Mali!): Kinderen tot bedelen gedwongen door marabouts. En hoe het er ‘s avonds in de Koranschool toegaat, kun je elke morgen aan elk busstation in elke stad in Mali zien: dan kun je daar zien hoe die ‘heilige mannen’ de jongetjes met de zweep hebben toegetakeld (omdat ze niet genoeg gebedeld hebben). (Tussen haakjes: de ‘zweep’ is hier een reep die uit een oude autoband gesneden is en met ijzerdraad aan een stok is bevestigd: oefen daar thuis eens een keertje mee op de schors van een oude eik, en je zult verbluft staan van het effect….) Het tweede deel van het citaat van van der Lee is zonder meer juist, maar beweren dat in Mali ‘marabouts allemaal heilige mannen’ zijn, is in schril contrast met de werkelijkheid. Het zijn juist de marabouts die een gesel zijn voor dit land. Toen de president van Burkina Faso voor enkele jaren het bedelen verbood, zijn de Burkinabé-marabouts massaal naar Mali afgezakt om hier hun walgelijke praktijken verder te zetten. Het land zou erbij gebaat zijn wanneer de ‘maraboutage’ eenvoudig zou worden afgeschaft. Een en ander blijkt ook uit het recent (maar helaas nog niet gepubliceerd) onderzoek van Jelle Hilven van de Vrije Universiteit Brussel, die een kleine steekproef deed naar de situatie van kinderrechten in Mali. Hilven rapporteert:

Als deze kinderen op het eind van de dag niet genoeg arbeid verzet hebben op de velden of niet genoeg hebben kunnen verzamelen tijdens het bedelen, staat deze kinderen een ongelofelijke aframmeling of vernedering te wachten.  Veel van hun hebben dan ook overduidelijke littekens en brandwonden op hun gezicht en lichaam. (p. 10 – 11)

Van de zijde van politie of justitie hoeft men hier geen heil te verwachten. Opnieuw Hilven:

Zo heb ik bijvoorbeeld tijdens een gesprek met de jeugdrechter vernomen dat er een onderzoek door een NGO is gebeurt waarbij er geschat werd dat er jaarlijks zo’n 12000 kinderen in Segou misbruikt werden maar er geen enkele aangifte dat jaar bij de politie is gedaan. (p. 21)

 En hoe ‘heilig’ de marabouts werkelijk zijn blijkt uit een onderhoud met de enige jeugdrechter in een middelgrote stad, die getuigt dat in heel zijn carriere niet één marabout voor de rechtbank is moeten verschijnen. Werkelijk heilig!

Ik vermoed dat Ton van der Lee het met deze kritische opmerkingen over de maraboutage eens zal zijn, daarvoor heeft hij lang genoeg in het land gewoond en kent de gebruiken en misbruiken. En die paar zinnetjes doen natuurlijk in generlei wijze afbreuk aan de waarde van zijn boek. Maar Westerse lezers zijn mijns inziens niet gebaat bij een voorstelling van de Malinese marabouts als ‘heilige’ mannen….

 

Al bij al is dit een boek waarvan ik hoop dat velen het zullen lezen, ook mensen die niet direct betrokken zijn bij ontwikkelingshulp, al is het alleen al omdat Van der Lee de plaatstelijke toestanden van armoede en onderontwikkeling op een manier weet te schilderen die de lezer vragen doet stellen bij de eigen rijkdom….

Ton van der Lee: Kinderen van Afrika
Ton van der Lee: Kinderen van Afrika. Het success van particuliere hulpprojecten. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2011.

 

Ton van de Lee: Children of Africa

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *